Er zijn overwinningen die een status bekrachtigen. Die van Raphaël Collignon zondag in Monza is er een van. Door in de finale met 7-6, 6-3 af te rekenen met de Kroaat Dino Prizmic in twee uur en negen minuten heeft de 24-jarige Luikenaar niet enkel zijn titel verdedigd, hij heeft hem bevestigd met het gezag van een speler die nu weet wat hij waard is op gravel.
Een regelmaat die alles zegt
Deze zesde titel op het Challenger-circuit in minder dan twee jaar palmares is geen toeval. Collignon opende zijn rekening in juli 2024 in Lüdenscheid, waarna hij Lyon, Pau, Monza een eerste keer en opnieuw Pau in februari jongstleden aan zijn erelijst toevoegde. De herhaling op dezelfde ondergronden, tegen spelers van uiteenlopend niveau, schetst het portret van een competiteur die zowel de druk van de favorietenrol (hij was reekshoofd nummer één in Monza) als die van titelhouder weet te beheren.

Als tweede Belg in het ATP-klassement op de 68e wereldplaats staat Collignon nu nipt voor Alexander Blockx, die zelf een twintigtal plaatsen steeg dankzij zijn achtste finale op het Masters 1000 van Monte-Carlo en maandag naar verwachting 70e staat. De Belgische hiërarchie blijft krap, maar Collignon handhaaft zijn rang in de meest veeleisende omstandigheden.
In het dubbelspel lachte de dag ook de Belgische kleuren toe. Sander Gillé, aan de zijde van de Nederlander Sem Verbeek, won zaterdag de finale en pakte zo op 35-jarige leeftijd zijn 18e Challenger-trofee in het dubbelspel, waarvan vier met deze partner. Een opmerkelijke carrièreduur voor een specialist in de discipline die zijn al rijke palmares blijft aanvullen.



