163
Views

Acht overwinningen sinds januari, een productief voorjaar, een relatief beheerste klassiekerencampagne. Op papier mag het 2026-palmares van Remco Evenepoel er zijn. Van op afstand, althans. Want wie beter kijkt, ziet een genuanceerder beeld. In Luik-Bastenaken-Luik, waar alles zich tegenover Tadej Pogacar had moeten afspelen, eindigde de Brabander derde, zonder ooit echt in de strijd te zijn geweest op La Redoute. Zijn sprint redde het podium. Maar meer ook niet. De conclusie dringt zich op: de kloof tussen Evenepoel en zijn grote rivalen wordt niet kleiner.

Nieuw is dat niet. De Amstel Gold Race, half april gewonnen in Valkenburg, werd behaald zonder Pogacar, Van der Poel en Vingegaard. Zijn twee overwinningen in Luik-Bastenaken-Luik, in 2022 en 2023, vielen telkens zonder Pogacar in het deelnemersveld. Zijn enige grote overwinning in een massasprint tegen de besten blijft Parijs in augustus 2024, inmiddels bijna twee jaar geleden. Één dag, één uitzondering. Want sindsdien eindigde hij in de Tour de France 2024 als derde in het wiel van diezelfde twee. In 2025 gaf hij op in de 14e etappe terwijl zij streden om de gele trui. Ploegleider Klaas Lodewyck en de hele staf van Red Bull-BORA weten het: er moet iets veranderen.

Remco Evenepoel – © Vincent Kalut/Photo News

De verkenning boven de competitie

In die context besliste het team om de Tour Auvergne-Rhône-Alpes, van 7 tot 14 juni, te laten schieten. De koers maakte plaats voor een op maat gesneden voorbereidingsblok: hoogtestage, herstel en vooral een grondig verkenningswerk van het parcours. De redenering is begrijpelijk, om verschillende redenen. Ten eerste heeft Remco geen aaneenschakeling van koersen nodig om zijn niveau te vinden. Dat bewees hij door van de Ronde van Catalonië rechtstreeks naar de Ronde van Vlaanderen over te schakelen zonder tussenliggende wedstrijd, om er als derde te eindigen achter Pogacar. Waar anderen kilometer na kilometer nodig hebben, kan Evenepoel vrijwel onmiddellijk raak schieten. Dat is althans het uitgangspunt.

De tweede reden raakt aan de aard van het hedendaagse wielrennen zelf: de verschillen aan de top zijn zo klein geworden dat elke terreinkennis een hefboom kan zijn. Voor een Tour 2026 die bijzonder zwaar belooft te worden (54.450 hoogtemeters, acht bergetappes waaronder twee opeenvolgende aankomsten op Alpe d’Huez in de laatste week), kan die kennis het verschil maken op momenten waarop rivalen moeten improviseren. Bovendien is de Tour Auvergne-Rhône-Alpes uitgegroeid tot een koers voor pure klimmers. Remco zou er zes weken voor de Grande Boucle weinig bruikbaars uit halen.

Remco Evenepoel and Jonas Vingegaard – © Vincent Kalut/Photo News

Een ander lichaam voor Barcelona

Maar er is nog een ander argument. Een morfologisch. De Remco die dit voorjaar koerste, is niet de Remco die in juli moet presteren. Gebouwd voor de klassiekers, gespierd als nooit tevoren na een winter vol atletisch werk, won hij aan kracht om na zes uur koersen nog te kunnen sprinten. Dat werkte. Maar de Tour vraagt een andere vergelijking. Pogacar zelf, die de Ronde van Romandië domineerde ondanks een zogenaamd “klassiekergewicht”, verklaarde dat hij zich voor juli nog verder zou verfijnen.

Remco Evenepoel – Photo by Luca Bettini / Pool / Photonews

Tussen 1 april en 4 juli zal de silhouet van Remco veranderen. Eén of twee kilo spiermassa minder, voor een lichter profiel op de lange beklimmingen. Want deze weken zonder competitie zijn ook weken van fysieke transformatie. Het is geen rust, maar een andere soort voorbereiding, en misschien een beslissende. Bij Red Bull-BORA is het ook het handelsmerk van een management dat werkt op basis van data en collectieve beslissingen, ver van de individuele logica die bij Soudal Quick-Step leek te overheersen.

Remco Evenepoel – © Jan De Meuleneir/Photo News

Tour de France 2026: het verdict in de cols

Remco staat op 28 juni aan de start van het Belgisch kampioenschap op de weg in Brasschaat, alvorens zes dagen later naar Barcelona af te reizen. Het wordt zijn eerste echte koers sinds Luik. Een overwogen gok, zo lijkt het. Maar Barcelona laat deze keer geen ontsnapping toe. Pogacar is er, Vingegaard ook, en daar komt nog Paul Seixas bij, de openbaring van het voorjaar met zijn zege in de Waalse Pijl en zijn tweede plaats in Luik. De hiërarchie die Remco Evenepoel in de Tour de France 2026 moet omgooien, is nog nooit zo zwaar geweest. Die strategie wordt beoordeeld in de Pyreneeën en de Alpen, en nergens anders.

Categorie:
Wielrennen

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *