De geschiedenis van de Rode Duivels op het WK wordt gekenmerkt door enkele opmerkelijke individuele prestaties. Hoewel België de opperste trofee nog nooit heeft omhooggehouden, hebben verschillende generaties het land op bepaalde momenten laten schitteren en hun sporen nagelaten in de geschiedenis van het toernooi.
De FIFA heeft door de decennia heen trouwens verschillende Belgische spelers onderscheiden. In 1986 werd Enzo Scifo verkozen tot Beste Jonge Speler van het toernooi in Mexico. Tweeëndertig jaar later sleepte Eden Hazard de Zilveren Bal in de wacht als tweede beste speler van het WK in Rusland.
Ook in het doel heeft België met Michel Preud’homme, verkozen tot beste doelman in 1994 in de Verenigde Staten, en Thibaut Courtois, winnaar van de Gouden Handschoen in 2018, twee internationale referenties voortgebracht.
Op aanvallend vlak hebben verschillende Rode Duivels de geschiedenis van de nationale ploeg in de eindronde gekleurd.
1. Marc Wilmots (5 doelpunten in 8 wedstrijden – 0,63 doelpunten per wedstrijd)
De voormalige aanvallende middenvelder deelt de eerste plaats in het klassement met Romelu Lukaku. Na twee Wereldbekers zonder de weg naar de netten te vinden, opende hij in 1998 zijn teller dankzij een dubbelklapper tegen Mexico.
Maar het was vooral in 2002 dat hij van goudwaarde bleek door te scoren tegen Japan, Tunesië en Rusland. Zijn omhaal tegen de Russen blijft een van de iconische beelden van het toernooi, net als zijn afgekeurde doelpunt tegen Brazilië in de achtste finales.

2. Romelu Lukaku (5 doelpunten in 12 wedstrijden – 0,42 doelpunten per wedstrijd)
De aanvaller is gedeeld Belgisch topschutter op het WK, zij het met een lager gemiddelde dan dat van Wilmots. Een enkel doelpunt tijdens de editie van 2026 zou volstaan om alleen de leiding te nemen in het klassement van de Belgische WK-topschutters.
Na zijn eerste doelpunt tegen de Verenigde Staten in 2014, kende hij vier jaar later in Rusland zijn beste toernooi. Dankzij twee opeenvolgende tweeklappers tegen Panama en Tunesië werd hij de eerste Belg die vier doelpunten maakte tijdens één en dezelfde editie. Ook zijn rol in de fase van het winnende doelpunt van Nacer Chadli tegen Japan staat in het geheugen gegrift.
3. Jan Ceulemans (4 doelpunten in 16 wedstrijden – 0,25 doelpunten per wedstrijd)
Als emblematische kapitein van de generatie van de jaren 80 betwistte Jan Ceulemans drie Wereldbekers. Zijn bekendste doelpunt blijft zijn duikkopbal tegen Spanje in de kwartfinale van het WK 1986, symbool voor de strijdlust van de ploeg die in Mexico de halve finales zou bereiken.

4. Léopold Anoul (3 doelpunten in 2 wedstrijden – 1,5 doelpunten per wedstrijd)
De aanvaller uit de jaren 50 blijft de meest efficiënte Belgische speler in de WK-geschiedenis, met een uitzonderlijk gemiddelde van anderhalf doelpunt per wedstrijd. Zijn twee doelpunten tegen Engeland tijdens het spectaculaire 4-4 gelijkspel in 1954 leverden hem een bijzondere plaats op in de archieven van het Belgische voetbal.
5. Nico Claesen (3 doelpunten in 8 wedstrijden – 0,38 doelpunten per wedstrijd)
Minder bekend dan andere Belgische spitsen, maar Nico Claesen toonde zich destijds wel bijzonder efficiënt. Zijn drie treffers werden allemaal gescoord tijdens de editie van 1986, met name tegen de USSR in de achtste finales, tijdens een spectaculaire wedstrijd die na verlengingen werd gewonnen.

6. Eden Hazard (3 doelpunten in 14 wedstrijden – 0,21 doelpunten per wedstrijd)
Als aanvoerder van de gouden generatie blonk Eden Hazard voornamelijk uit tijdens het WK 2018. Naast een dubbelklapper tegen Tunesië scoorde hij ook het bevrijdende doelpunt tegen Engeland in de troostfinale, waardoor België zijn beste resultaat ooit in de competitie behaalde.
7. Enzo Scifo (3 doelpunten in 17 wedstrijden – 0,18 doelpunten per wedstrijd)
De spelmaker was aanwezig op vier Wereldbekers en scoorde daarin drie keer. Zijn knal tegen Uruguay in 1990, afgevuurd vanop vijfentwintig meter, blijft een van de meest memorabele doelpunten uit zijn internationale carrière.
De andere Belgische dubbele doelpuntenmakers
Achter deze top 7 staan verschillende spelers die tweemaal de weg naar de netten vonden in de eindronde. Kevin De Bruyne scoorde tegen de Verenigde Staten in 2014 en vervolgens tegen Brazilië in 2018. Dries Mertens maakte zijn twee doelpunten tegen Algerije en Panama, terwijl Daniel Van Buyten zijn kopbalsterkte liet gelden op stilstaande fases.
Oudere boegbeelden zoals Erwin Vandenbergh, maker van het winnende doelpunt tegen het Argentinië van Diego Maradona tijdens het WK 1982, evenals Stéphane Demol en Marc Degryse, vervolledigen dit besloten kransje van Belgische dubbele doelpuntenmakers.



